BASTARD #26

VERHAAL Dit boontje werd ten tijde van de West-Indische Compagnie (1621-1792) door Hollandse kooplieden overgevaren uit Midden-Amerika. Het schip dat de peulvrucht vervoerde was echter te zwaar geladen om door de vaargeul te geraken, en dus werd een deel van de lading gelost in de overslaghaven van het Waddeneiland Wieringen. Daar vond de eerste uitgebreide teelt plaats, vandaar de naam. De omzwervingen van de peulvrucht reiken echter nog verder. Nadat ze uitgestorven was in Nederland, werd ze herontdekt in Noord-Amerika. Een familie die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog uitgeweken was, had de boon aan de andere kant van de oceaan in stand gehouden, onder de naam -“Wirringer”. Momenteel is dit droogboontje in en rond Wieringen langzamerhand terug aan een opmars bezig.

GEBRUIK De Wieringer boon is een droogboon, dus je kunt ze na de pluk lang bewaren. Even laten wellen in kokend water en daarna ongeveer een uur tot anderhalf uur laten koken, en je kunt haar in allerlei gerechten kwijt, zelfs in chili con carne. Het is een niet melig smakende witte boon met een geelbruin tot oranje oog en een witte navel. Tevens is de boon – gepokt en gemazeld in het Wieringer landschap – zeer resistent voor allerlei ziekten. In tegenstelling tot de kievitsboon blijft deze boon na koken zijn (oranje) kleur behouden.

details BASTARD #26
  • A.K.A.: Wieringer droogboon, struikboon
  • LAT. NAAM: phaseolus vulgaris
  • FAMILIE: vlinderbloemenfamilie
  • OORSPRONG: Midden-Amerika
  • SCHENKER: Stijn Derammelaere